dinsdag 26 april 2011

Buitenmonteurs

De beste reclame die voor een firma gemaakt kan worden, is mondelinge reclame. Daarbij mogen we zeker de verdiensten niet vergeten van de talrijke mensen in de frontlijn, zij die de machines moeten opstarten bij de klant; de ‘buitenmonteerders’ of ‘buitenmonteurs’. Zij vormen een heel belangrijke schakel tussen Picañol en zijn klanten. Hun opdracht bestaat uit het monteren en opstarten van nieuwe machines of het ombouwen van bestaande. Ze testen ook proefgetouwen en geven instructies aan de technici van de klanten. Eind 1947 reist Roland Desquirez, hoofd van de dienst buitenmonteerders, per vliegtuig naar Argentinië om er bij Algodonera Flandria van Jules Steverlynck een levering Omnium-getouwen te gaan inspecteren. In die tijd bestonden er echter nog geen montagehandleidingen waardoor de techniekers vooral op hun ervaring waren aangewezen. Tijdens de jaarlijkse bedrijfsvakantie wordt in allerijl nog door chef monteerder Maurits Dufromont een “Manuel de réglage” samengesteld. Nieuwkomer Tony Debruyne zorgt voor de nodige illustraties. Om het geheel voor de plaatselijke gebruiker verstaanbaar te maken zorgt de Catalaan Romero voor de Spaanse vertaling.De opdrachten zijn niet altijd van korte duur, de buitenmonteurs kunnen ook voor maanden weg zijn. Soms in zeer moeilijke omstandigheden. De accommodaties en werkomstandigheden kunnen dan een avontuur op zich zijn. Sommigen werken in hun geboorteland, maar er zijn ook streekgenoten zijn die jarenlang in het buitenland vertoeven. Voor sommigen onder hen zal hun huwelijk met een plaatselijke schone daar wel niet vreemd aan zijn. Het leven tussen mensen die een andere taal spreken, in een andere cultuur, met soms totaal andere leefgewoonten is niet steeds eenvoudig. De buitenmonteurs lopen er bijvoorbeeld het risico om door de douane als drugsverslaafde aanzien te worden, wanneer men voorzien is van de nodige inentingen tegen tropische ziekten. Zelfs het fotograferen van de eigen Picañol-getouwen bij een montage in Joegoslavië, tijdens het communistisch regime, kan voldoende zijn om als spion beschouwd te worden en naar het politiebureau geleid te worden. Ook de reis is reeds een hele onderneming. Het vliegtuig lijkt de beste manier om te reizen. Maar vooraleer men er midden een tropisch bos kan landen, moeten de plaatselijke ordediensten eerst de koeien en andere wilde beesten van de landingspiste verjagen. In 1950 bestaat de ploeg ‘buitendienst’ slechts uit zes personen: Raf Versaevel, Hector Seynaeve, Jerome Leire, Georges Anseeuw, Jules Verhas en Robert Carrein. Maar stilaan groeit hun aantal. (foto: Roland Desquirez met een ‘nargilé’ of Arabische waterpijp op bezoek bij de Egyptische weverij MISR te Helouan)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten